Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie,verweerder.
Inleiding
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Iraanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet en de Dublinverordening, waarbij Kroatië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Er zijn geen aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Kroatië die leiden tot onmenselijke of vernederende behandelingen.
Eisers persoonlijke ervaringen met de Kroatische autoriteiten betreffen de eerste aankomst en niet de toekomstige situatie als Dublinclaimant. Zijn vrees voor pushbacks wordt niet als een reëel risico gezien. Ook zijn medische klachten zijn onvoldoende onderbouwd om een onverplichte behandeling van zijn aanvraag te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.