In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn asielaanvraag van 28 januari 2023. In een eerdere procedure was reeds vastgesteld dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn een besluit genomen en het besluit dat op 19 december 2024 werd genomen, is op 27 mei 2025 ingetrokken, waardoor de aanvraag weer openstaat. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond en legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het ‘8+8 wekenmodel’ en de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet hij een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. De rechtbank acht deze dwangsom redelijk en veroordeelt de minister tevens tot vergoeding van de proceskosten van eiser ter hoogte van €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bevestigt de noodzaak van tijdige besluitvorming door de minister in asielzaken, waarbij de rechter dwangsommen oplegt ter handhaving van de beslistermijnen.