ECLI:NL:RBDHA:2025:19683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op medische gronden in vreemdelingenrecht
Verzoeker, van Ghanese nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend en verzocht om uitstel van vertrek op medische gronden. Na afwijzing van eerdere verzoeken en bezwaar, heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting naar Ghana te voorkomen.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de noodzakelijke medische behandeling in Ghana niet kan verkrijgen of betalen. Ook is niet bewezen dat hij niet de Ghanese maar de Senegalese nationaliteit bezit. Het medisch advies concludeert dat de behandeling beschikbaar is en dat verzoeker onder medische voorwaarden kan reizen.
Daarnaast is het bezwaar tegen het besluit van 8 oktober 2025 over de ondertekening van het besluit ongegrond. De rechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en dat de belangenafweging geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaart dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Ghana wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van medische noodzaak en nationaliteit.