ECLI:NL:RBDHA:2025:19958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 25 juli 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. De rechtbank heeft eerder op 12 augustus 2025 vastgesteld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was. In deze procedure staat de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring sinds 8 augustus 2025 centraal.
Eiser betoogt dat de bewaring onrechtmatig is omdat de totale duur van eerdere en huidige bewaringen de termijnen van de Terugkeerrichtlijn overschrijdt en dat er geen zicht is op uitzetting. Subsidiair verzoekt hij opheffing van de bewaring na belangenafweging. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat de conclusie van de advocaat-generaal slechts een advies is en niet bindend.
De rechtbank oordeelt dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Marokko, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. De minister werkt voldoende voortvarend aan uitzetting, blijkt uit meerdere rappels en vertrekgesprekken. Gezien de duur van de bewaring is geen verzwaarde belangenafweging vereist en zijn geen omstandigheden gebleken die opheffing rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.