ECLI:NL:RVS:2019:2964
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar overwegingen baseerde op de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie, aangezien deze niet bindend is. Hierdoor was het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
De zaak werd naar de rechtbank terugverwezen met het oog op nieuwe asielmotieven en relevante jurisprudentie, waaronder het arrest Alheto en een recente uitspraak van de Afdeling. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank een volledig en actueel onderzoek moet verrichten naar de vraag of de vreemdeling bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro te vrezen heeft. De procedure werd gesloten met een openbare uitspraak op 28 augustus 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.