Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een beslistermijn van acht weken had gesteld. De minister heeft deze termijn niet gehaald, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van 21 maanden op de asielaanvraag is overschreden. Bij het opleggen van een nieuwe beslistermijn weegt de rechtbank zowel het belang van een snelle als zorgvuldige besluitvorming mee. Daarom wordt een termijn van zes weken gesteld waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt tevens een dwangsom op van €250 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De reeds verbeurde dwangsom kan echter niet door de bestuursrechter worden vastgesteld, maar moet via de burgerlijke rechter worden afgedwongen. Tot slot wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50 vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp.