Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 17 juni 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet de minister binnen een termijn van zestien weken na het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit nemen, volgens het '8+8 wekenmodel'.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.