AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Op 31 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarbij eiser beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden, zoals eerder vastgesteld in procedure NL24.44869. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister van Asiel en Migratie op om binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen. Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, verbeurt hij een dwangsom van € 200 per dag, met een maximum van € 15.000. Daarnaast is de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser tot een bedrag van € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. De rechtbank verwijst naar de wettelijke vereisten voor het indienen van een beroep tegen niet tijdig beslissen en de relevante artikelen van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht.
Voetnoten
1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
6.Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
9.Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
10.Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
11.Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
12.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.