ECLI:NL:RBDHA:2025:21132
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 oktober 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. Eerder had de rechtbank de rechtmatigheid van de bewaring beoordeeld in uitspraken van 11 juli en 21 augustus 2025.
In dit vervolgberoep stelt eiser dat de minister opnieuw de belangen van het kind en het familie- en gezinsleven moet toetsen bij dreigende uitzetting, verwijzend naar het arrest Adrar van het Hof van Justitie. De rechtbank oordeelt dat deze beroepsgrond faalt, omdat reeds bij eerdere beoordelingen, inclusief toetsing aan artikel 8 EVRM Pro, is vastgesteld dat geen sprake is van strijd met deze belangen. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig blijft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.