ECLI:NL:RBDHA:2025:21462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming en oplegging terugkeerbesluit aan derdelander zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Marokkaanse derdelander, verbleef tijdelijk in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege de situatie in Oekraïne. Zijn tijdelijke bescherming eindigde van rechtswege op 4 maart 2024 en verweerder legde hem een terugkeerbesluit op. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat hij rechtmatig verblijf had in Spanje en dat de beëindiging in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming rechtmatig was, conform recente jurisprudentie, en dat eiser geen rechtmatig verblijf in Spanje heeft aangetoond. Ook is geen aanleiding om af te zien van het terugkeerbesluit vanwege persoonlijke omstandigheden of het verbod op refoulement. De signalering in het SIS is verplicht en evenredigheidstoetsing bij het einde van verblijfsrecht is niet aan de orde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd.