Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zij niet in aanmerking kwam voor een WIA-uitkering. Het UWV besloot niet tijdig op het bezwaar, waarna eiseres beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank stelde vast dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was.
De rechtbank overwoog dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval. Daarom gaf de rechtbank het UWV een termijn van zes weken na verzending van de uitspraak om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, in totaal maximaal negen weken. Dit sluit aan bij eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag.
Omdat het UWV niet kon aangeven wanneer de medische beoordeling zou plaatsvinden, werd deze termijn onverkort opgelegd. Tevens legde de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 18 november 2025 door rechter D.A.J. Overdijk. De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en droeg het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog een beslissing op bezwaar te nemen.