Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 10 juni 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks een verzoek van eiser om binnen twee weken te beslissen, geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin het ‘8+8 wekenmodel’ wordt gehanteerd. Dit model houdt in dat de minister een nieuwe beslistermijn van zestien weken krijgt, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten ad € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.