ECLI:NL:RBDHA:2025:22153
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Op 18 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, die sinds 18 maart 2001 een bijstandsuitkering ontving op grond van de Participatiewet, had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn uitkering door het college van burgemeester en wethouders van Delft. De intrekking was gebaseerd op de schending van de inlichtingenplicht, omdat verzoeker zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van spoedeisend belang bij het verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij al enkele maanden geen bijstandsuitkering had ontvangen en in financiële problemen verkeerde, maar het college betwistte dit. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was voor de terugvordering van de bijstand, maar dat de intrekking van de uitkering terecht was. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, wat betekent dat de intrekking van de bijstandsuitkering gehandhaafd blijft. De uitspraak heeft geen gevolgen voor een eventueel bodemgeding, dat later kan worden gevoerd.