ECLI:NL:CRVB:2015:2117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar de gemeente stelde na onderzoek vast dat hij vanaf 15 oktober 2012 een gezamenlijke huishouding voerde met M, die tijdelijk bij hem verbleef. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over die periode.
De Raad oordeelde dat M zijn hoofdverblijf had in de woning van appellant, mede vanwege de duur van het verblijf, het verplaatsen van persoonlijke bezittingen en het overzetten van het internetabonnement. Er was ook sprake van wederzijdse zorg, wat het voeren van een gezamenlijke huishouding bevestigt.
De aanvraag om nieuwe bijstand werd afgewezen omdat appellant en M binnen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag als gehuwden werden aangemerkt en hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en wijst het hoger beroep af.