In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 31 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, een Azerbeidzjaan geboren op 18 juli 1995, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen, omdat Slowakije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt overgedragen aan Slowakije, waar een overdracht gepland stond op 3 november 2025. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen na een belangenafweging, waarbij het belang van verzoeker om zijn beroepsprocedure in Nederland af te wachten zwaarder woog dan het belang van de verweerder om de overdracht door te zetten. De voorzieningenrechter heeft daarbij ook de medische omstandigheden van verzoeker in overweging genomen, waaronder een hoog suïciderisico, dat niet voldoende was beoordeeld in het bestreden besluit. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen totdat op zijn beroep is beslist en heeft de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,00.