ECLI:NL:RBDHA:2025:22318
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van asielaanvraag en interstatelijk vertrouwensbeginsel in het kader van de Dublinverordening
Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak van een eiser die in beroep ging tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De minister had de aanvraag afgewezen op basis van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de minister zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht baseren, wat inhoudt dat Duitsland als veilig land wordt beschouwd voor de opvang van asielzoekers. Eiser voerde aan dat hij in Duitsland geen adequate opvang zou krijgen en dat dit in strijd zou zijn met zijn mensenrechten, maar de rechtbank oordeelde dat de door eiser aangevoerde omstandigheden niet voldoende waren om van het interstatelijk vertrouwensbeginsel af te wijken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat betekent dat de beslissing van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt de toepassing van de Dublinverordening en de verantwoordelijkheden van lidstaten in asielprocedures.