ECLI:NL:RBDHA:2025:22393
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: onvoldoende motivering afwijzing asielverzoek wegens geloofwaardigheid getuigenis moord Al-Shabaab
Eiser, een Somalische minderjarige, vroeg asiel aan vanwege getuige zijn van een moord door Al-Shabaab en de daaropvolgende moorden op familieleden. De minister wees de aanvraag af, stellende dat het relaas over de betrokkenheid van Al-Shabaab ongeloofwaardig was en dat geen verblijfsvergunning kon worden verleend.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verhaal van eiser over de moord door Al-Shabaab en de daaropvolgende gebeurtenissen ongeloofwaardig zou zijn. De rechtbank volgt eiser in zijn betoog dat het lidmaatschap van Al-Shabaab niet openlijk wordt geëtaleerd en dat de minister geen concrete onderbouwing gaf voor zijn twijfels.
Verder acht de rechtbank de motivering van de minister ten aanzien van het tijdstip van benadering door Al-Shabaab en de vermeende tegenstrijdigheden in het vluchtverhaal van eiser niet deugdelijk. Ook het argument over de overlijdensakte en de moorden op andere familieleden werd onvoldoende onderbouwd afgewezen.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn niet is overschreden. De minister wordt opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het relaas van eiser opnieuw en integraal moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de minister over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.