ECLI:NL:RBDHA:2025:22454

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
NL25.46573
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag en terugkeerbesluit Oekraïense eiser

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 27 november 2025, wordt het beroep van een Oekraïense eiser behandeld tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag en een terugkeerbesluit. Eiser had op 24 september 2024 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel ingediend, maar deze werd op 28 augustus 2025 buiten behandeling gesteld. Eiser was het hier niet mee eens en stelde dat verweerder had moeten toetsen of er een risico op refoulement bestond bij terugkeer naar Oekraïne. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet voldoende heeft getoetst aan het beginsel van non-refoulement, wat betekent dat een vluchteling niet mag worden teruggestuurd naar een land waar zijn leven of vrijheid in gevaar is. De rechtbank vernietigt het terugkeerbesluit, maar verklaart het beroep tegen de buitenbehandelingstelling ongegrond. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van € 1814,- toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46573

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 24 september 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 28 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure buiten behandeling gesteld [1] . Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, N.O. de Kok als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1983 en heeft de Oekraïense nationaliteit. Eiser heeft zich in Nederland ingeschreven in de Basis Registratie Personen omdat hij bescherming wilde onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Vervolgens heeft hij zich op 11 oktober 2024 gemeld bij een IND-loket in Amsterdam. Eiser heeft op dezelfde datum een besluit ontvangen waarin stond dat hij niet aan de voorwaarden van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voldoet. Ook stond in dat besluit dat als eiser de asielprocedure wil doorlopen, hij zich binnen twee weken moest melden in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Nu eiser zich niet binnen die termijn heeft gemeld in het aanmeldcentrum, heeft verweerder eisers asielaanvraag bij het bestreden besluit buiten behandeling gesteld. Ook is tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd, waarbij is bepaald dat hij moet terugkeren naar het land waarvan hij de nationaliteit heeft, zijnde Oekraïne.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft de asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld, want hij heeft nagelaten om te controleren of eiser daadwerkelijk niet heeft gereageerd op verzoeken om informatie te verstrekken over elementen ter staving van zijn asielaanvraag. Ter onderbouwing verwijst eiser naar een uitspraak van de hoogste bestuursrechter. [2] Verder heeft verweerder ten onrechte geen refoulement-toets verricht bij het opleggen van het terugkeerbesluit. Op grond van het arrest Ararat [3] had verweerder moeten beoordelen of het beginsel van non-refoulement wordt gewaarborgd. [4]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank geeft eiser gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
5. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat zijn beroep niet langer is gericht tegen de buitenbehandelingstelling van zijn asielaanvraag. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de hiertegen gerichte beroepsgronden te bespreken. Tussen partijen is enkel nog in geschil of verweerder aan eiser een terugkeerbesluit kon opleggen waarin vermeld staat dat eiser moet terugkeren naar Oekraïne.
6. Uit het arrest Ararat [5] van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) volgt dat verweerder verplicht is om het beginsel van non-refoulement in alle fasen van de terugkeerprocedure te eerbiedigen. Het ‘beginsel van non-refoulement’ houdt in dat een vluchteling niet mag worden teruggestuurd naar een land waar zijn of haar leven of vrijheid ernstig wordt bedreigd. In het arrest van het Hof van 22 november 2022 [6] heeft het Hof overwogen dat de Terugkeerrichtlijn [7] behoudens de uitzonderingen van artikel 2, tweede lid, van toepassing is op alle illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende derdelanders. De Terugkeerrichtlijn is dus van toepassing op eiser, nu hij niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van de RTB.
7. Het besluit geldt gelet op artikel 30c, derde lid, in samenhang met artikel 45, eerste lid, van de Vw [8] tevens als terugkeerbesluit. De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen terugkeerbesluit heeft mogen opleggen, zonder van tevoren te onderzoeken of eiser bij terugkeer naar Oekraïne in een situatie terecht komt die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. [9] In het arrest Ararat heeft het Hof immers geoordeeld dat de bevoegde autoriteit (verweerder) verplicht is om in alle fasen van de terugkeerprocedure, ongeacht de redenen die aan de situatie van illegaal verblijf van de derdelander ten grondslag liggen, het beginsel van non-refoulement dient te eerbiedigen. Volgens het Hof is een nationale regel of praktijk, waarvan de eerbiediging van dit beginsel slechts kan worden onderzocht in het kader van een procedure inzake internationale bescherming, in strijd met artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn, gelezen in samenhang met artikel 19, tweede lid, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
8. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of uit het dossier dan wel het door de eiser aangevoerde aanstonds en zonder diepgaand onderzoek onmiskenbaar blijkt dat sprake is van een risico op refoulement en verweerder om die reden gehouden was om af te zien van een terugkeerbesluit. [10] Eiser heeft ter zitting toegelicht dat hij niet kan terugkeren naar Oekraïne vanwege de gevaarlijke oorlogssituatie, temeer nu zijn woonplaats op zeven kilometer afstand van het front ligt, er dagelijks drones boven zijn woonplaats vliegen en een kerncentrale in de buurt van zijn huis is overgenomen door Russische strijdkrachten en dat deze kerncentrale wordt gebombardeerd. Verweerder heeft in reactie hierop het standpunt ingenomen dat hij niet gehouden is te toetsen of sprake is van een refoulementsrisico omdat de asielaanvraag van eiser terecht buiten behandeling is gesteld en verweerder geen effectief terugkeerbesluit kan opleggen als eiser bij zijn asielaanvraag zelf niet onderbouwt waarom hij niet kan terugkeren naar Oekraïne. De rechtbank volgt verweerder hierin niet. De omstandigheden die eiser naar voren heeft gebracht in combinatie met hetgeen hierover algemeen bekend is, brengen mee dat de rechtbank van oordeel is dat verweerder wel had moeten toetsen of aanstonds en zonder diepgaand onderzoek onmiskenbaar blijkt dat sprake is van een risico op refoulement.
9. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat in het terugkeerbesluit niet kenbaar en deugdelijk is getoetst aan het beginsel van non-refoulement. Dit levert een motiveringsgebrek op. De beroepsgrond slaagt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit, voor zover dat betrekking heeft op het terugkeerbesluit.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep voor zover gericht tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag van eiser is ongegrond.
11. Het beroep voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit van eiser.
12. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De proceskosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1814,-. [11]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag van eiser ongegrond;
  • verklaart het beroep voor zover gericht op het terugkeerbesluit gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op het terugkeerbesluit;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. P.P. Schaap, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van 4:5, eerste lid, onder a van de Algemene wet bestuursrecht.
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1999.
3.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 oktober 2024, C-156/23 (Ararat), ECLI:EU:C:2024:892, rechtsoverweging 35.
4.Eiser verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak van de zittingsplaats Haarlem van 29 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1760.
5.Arrest van het Hof van 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:892, rechtsoverweging 35.
6.Arrest van het Hof van 22 november 2022, ECLI:EU:C:2022:913, rechtsoverweging 52 en 55.
7.Richtlijn 2008/115/EG.
8.Vreemdelingenwet 2000.
9.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
10.Zie ook de uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag van 25 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18300, rechtsoverweging 10.2.
11.1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1.