Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 3 juli 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de datum van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het ‘8+8 wekenmodel’ zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ter handhaving van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.