Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 16 januari 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet alsnog binnen twee weken een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij bepaalt dat de minister binnen zestien weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij het zogenaamde '8+8 wekenmodel' wordt gehanteerd zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten van € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.