Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 25 augustus 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het ‘8+8 wekenmodel’ toegepast, waarbij bij overschrijding van de bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is. Omdat op 25 augustus 2023 een nader gehoor heeft plaatsgevonden, moet de minister binnen vier weken na deze uitspraak alsnog een besluit nemen.
Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.