In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op haar bezwaar tegen een besluit van 22 oktober 2024, waarin haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) niet werd gewijzigd. Eiseres heeft op 28 november 2024 bezwaar gemaakt, maar het Uwv heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken beslist. Eiseres heeft het Uwv op 20 mei 2025 in gebreke gesteld, maar er is geen besluit genomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep gegrond is, omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank heeft bepaald dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft ook recht op vergoeding van het griffierecht en proceskosten, die zijn vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter op 4 december 2025, en is openbaar gemaakt.