ECLI:NL:RBDHA:2025:22982
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Sri Lankaanse vrouw wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een alleenstaande Tamilvrouw uit Sri Lanka, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die steeds zijn afgewezen. Haar zevende aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat de minister niet aannemelijk acht dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging.
De rechtbank bevestigt dat het besluit van de minister rechtsgeldig is genomen ondanks een kennelijke verschrijving in de ondertekening. De kern van het geschil is of eiseres vanwege haar politieke overtuiging en activiteiten in Nederland bij terugkeer in Sri Lanka gevaar loopt.
De rechtbank volgt de minister in zijn oordeel dat eiseres niet in de negatieve belangstelling staat van de Sri Lankaanse autoriteiten. Haar deelname aan demonstraties en herdenkingen in Nederland is niet voldoende om een prominente rol te veronderstellen die vervolging zou rechtvaardigen. Ook het risico op detentie op grond van de Prevention of Terrorism Act wordt als onvoldoende aannemelijk beschouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar politieke overtuiging in Sri Lanka zodanig zal uiten dat zij vervolgd zal worden. De algemene context van Sri Lanka en het thematisch ambtsbericht ondersteunen dit oordeel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag blijft in stand.