Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 21 oktober 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister na een verzoek om alsnog binnen twee weken te beslissen, dit niet heeft gedaan.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond en legt de minister op binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' zoals gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.