ECLI:NL:RBDHA:2025:23304
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling paspoortaanvraag en procesbelang bij schadevergoeding
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 5 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen de buitenbehandelingstelling van zijn paspoortaanvraag beoordeeld. Eiser had op 27 juli 2023 een aanvraag ingediend bij de Nederlandse ambassade in Rabat, maar deze werd op 14 november 2023 buiten behandeling gesteld vanwege twijfels over zijn identiteit. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd op 29 augustus 2024 niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder stelde dat eiser geen procesbelang meer had. Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij schade had geleden door de onrechtmatige besluitvorming, waaronder PTSS en materiële schade door langdurig verblijf zonder inkomen in Marokko.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet zorgvuldig had gehandeld door geen navraag te doen naar andere belangen van eiser bij een heroverweging van het primaire besluit. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en oordeelde dat eiser wel degelijk procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het primaire besluit. De rechtbank concludeerde dat het primaire besluit in strijd was met artikel 36, derde lid, van het paspoortuitvoeringsbesluit buitenland 2001 en dat de besluitvorming niet op zorgvuldige wijze tot stand was gekomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het bezwaar tegen het primaire besluit gegrond was. Eiser kreeg recht op vergoeding van griffierecht en proceskosten.