Eiseres diende een asielaanvraag in op 17 september 2024, waarop de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. Na het verstrijken van deze termijn verzocht eiseres de minister alsnog binnen twee weken te beslissen, maar dit verzoek bleef onbeantwoord. Hierop stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank verwijst naar het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat een termijn van zestien weken voorschrijft voor het nemen van een besluit. De termijn gaat in de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.