In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 15 december 2025, gaat het om een beroep dat eiser heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelt dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag, ingediend op 31 maart 2024. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken. Eiser heeft de minister verzocht om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar dit verzoek is niet ingewilligd, waarna eiser beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen om alsnog een besluit te nemen op de aanvraag, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel'. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor de minister om tijdig te beslissen en de gevolgen van het niet naleven van deze termijn.