ECLI:NL:RBDHA:2025:2397
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie en aanvaardbare toekomst
Eiseres verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar tante (referente) in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet voldoende was aangetoond en niet aannemelijk was gemaakt dat eiseres in Sierra Leone geen aanvaardbare toekomst heeft.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht stelde dat de voogdijverklaring en de aangeleverde documenten onvoldoende bewijs leverden voor de familierechtelijke relatie. Eiseres had geen aanvullende bewijsstukken overgelegd, noch aannemelijk gemaakt waarom dit moeilijk was. De minister hoefde daarom geen aanvullende stukken op te vragen.
Daarnaast was niet aannemelijk dat eiseres in Sierra Leone geen aanvaardbare toekomst heeft. De minister mocht ervan uitgaan dat er andere familieleden of derden zijn die voor haar kunnen zorgen, en dat de voogdijverklaring dit niet aantoonde. Ook het feit dat eiseres inmiddels meerderjarig is geworden, speelde een rol.
De rechtbank stelde dat een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet noodzakelijk was omdat geen sprake was van gezins- of familieleven. De minister hoefde eiseres en referente niet te horen in de bezwaarprocedure omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar mvv-aanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.