4.3.Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen.
5. In de onderhavige beroepen heeft het Uwv in zijn brief van 4 november 2025 aangegeven dat op 2 september 2025 een spreekuur met de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft plaatsgevonden dat op beide procedures zag. Het Uwv geeft aan te proberen binnen enkele weken een beslissing op bezwaar te nemen. Gelet op de tijd die is verstreken tussen het spreekuur en de datum van deze uitspraak zal de rechtbank bepalen dat het Uwv binnen twee weken na de datum van verzending van deze uitspraak een besluit bekend moet maken.
6. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen. De rechtbank stelt vast dat een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- in overeenstemming is met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit dossier van dit beleid af te wijken. De rechtbank zal bepalen dat het Uwv in beide beroepen een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.
7. Omdat de beroepen gegrond zijn, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank heeft de beroepen aangemerkt als zijnde ingediend tegen twee samenhangende besluiten in de zin van artikel 8:41, derde lid, van de Awb. Er is daarom eenmaal griffierecht geheven en betaald.
8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank merkt de beroepen aan als samenhangende zaken in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat 1 punt voor het indienen van de beroepschriften, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5, voor vergoeding in aanmerking komt.