ECLI:NL:RBDHA:2025:24217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wlz-zorg wegens onvoldoende vaststelling verstandelijke beperking en blijvende zorgbehoefte
Eiser heeft namens [naam 1], een kind met autisme en een vermoedelijke verstandelijke beperking, een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees deze aanvraag af, omdat de grondslag verstandelijke beperking niet betrouwbaar kon worden vastgesteld en er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor een blijvende behoefte aan 24-uurszorg.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en beoordeeld of het CIZ het besluit zorgvuldig en gemotiveerd heeft genomen. Uit het medisch advies en aanvullend onderzoek blijkt dat het IQ van [naam 1] niet betrouwbaar kan worden vastgesteld vanwege een disharmonisch profiel en de invloed van autisme. Hoewel er een grote zorgbehoefte is, is het volgens de rechtbank nog te vroeg om te concluderen dat deze blijvend is.
De rechtbank benadrukt dat de jonge leeftijd van [naam 1] en zijn ontwikkelingsmogelijkheden een rol spelen bij de beoordeling. Ondanks zijn beperkingen wordt verwacht dat hij zich nog kan ontwikkelen, waardoor hij mogelijk niet permanent toezicht of 24-uurszorg nodig heeft. Daarom behoort hij nog niet tot de doelgroep van de Wlz.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat de afwijzing van de aanvraag blijft staan. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag wegens onvoldoende vaststelling van een verstandelijke beperking en blijvende zorgbehoefte.