Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 16 december 2024 waarin zij niet in aanmerking werd geacht voor een WIA-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres het UWV in gebreke en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat er sprake is van een bijzonder geval vanwege het tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het UWV structureel beslistermijnen niet kan halen. Op grond van eerdere jurisprudentie stelt de rechtbank een termijn van zes weken voor het verrichten van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en vervolgens drie weken voor het nemen van een besluit, met een maximum van negen weken na verzending van de uitspraak.
Omdat geen medische beoordeling gepland was en het UWV geen datum had gecommuniceerd, bepaalt de rechtbank dat het UWV binnen zes weken na verzending van deze uitspraak de medische beoordeling moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Het betaalde griffierecht en proceskosten worden aan eiseres vergoed.