Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak tussen de staatssecretaris van Defensie en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De zaak betreft een beroep ingesteld door de staatssecretaris wegens het uitblijven van een beslissing op een herbeoordelingsverzoek van een (ex-)werknemer die sinds 2 april 2018 een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De staatssecretaris had op 30 oktober 2025 beroep ingesteld, omdat het Uwv niet tijdig had beslist op het verzoek om herbeoordeling. De rechtbank oordeelde dat de termijn om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek was overschreden en dat het beroep gegrond was. De rechtbank bepaalde dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een besluit moest nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv deze termijn overschreed, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank oordeelde dat in dit soort zaken, waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de standaard beslistermijnen rechtvaardigen. De rechtbank wees erop dat het Uwv niet voldoende had onderbouwd waarom een langere beslistermijn van vier maanden noodzakelijk zou zijn. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor het Uwv om tijdig te beslissen in medische herbeoordelingszaken, vooral gezien de structurele problemen met het aantal beschikbare verzekeringsartsen.