In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op haar bezwaar tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering. Het Uwv had op 5 maart 2025 besloten om de uitkering van eiseres per 6 mei 2025 te beëindigen, waarop eiseres op 26 maart 2025 bezwaar heeft gemaakt. Aangezien het Uwv niet tijdig op het bezwaar heeft beslist, heeft eiseres op 10 november 2025 beroep ingesteld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat het Uwv in gebreke is gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens is bepaald dat het Uwv een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft het Uwv ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiseres, die zijn vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende op 19 december 2025.