In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over haar bezwaar tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering. Het Uwv had op 5 februari 2025 besloten om de uitkering van eiseres per 6 maart 2025 te beëindigen. Eiseres maakte op 13 februari 2025 bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv heeft niet tijdig op het bezwaar beslist. Eiseres heeft op 13 november 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland, die de zaak heeft doorgezonden naar de rechtbank Den Haag, omdat deze rechtbank bevoegd is. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. De rechtbank heeft het Uwv opgedragen om binnen negen weken na de uitspraak alsnog een beslissing op het bezwaar bekend te maken. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft recht op vergoeding van het griffierecht en proceskosten, die zijn vastgesteld op € 453,50. De rechtbank heeft in haar overwegingen rekening gehouden met de structurele tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv, wat heeft geleid tot het uitblijven van tijdige beslissingen.