In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering. Het Uwv had op 1 april 2025 besloten dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Eiseres maakte op 24 april 2025 bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres heeft op 13 november 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en heeft geoordeeld dat het Uwv alsnog binnen een termijn van negen weken na de uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank heeft ook bepaald dat het Uwv een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden en is het Uwv veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.