Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 1 april 2025 waarin zij werd afgewezen voor een WIA-uitkering. Omdat het UWV niet tijdig op het bezwaar besloot, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is omdat het UWV de beslistermijn overschreden heeft. Gezien de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, kwalificeert dit als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d Awb.
De rechtbank gaf het UWV een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak om een medische beoordeling te verrichten en een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het griffierecht en proceskosten werden aan eiseres vergoed.
Deze uitspraak volgt eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke termijnen en voorwaarden zijn vastgesteld voor medische beoordelingen bij UWV-besluiten. De rechtbank benadrukt dat bijzondere omstandigheden kunnen leiden tot afwijking van de termijnen, mits door partijen aangetoond.
Het vonnis is gewezen door rechter S.H. van den Ende en is zonder zitting uitgesproken op 19 december 2025.