In deze zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op zijn bezwaar tegen een besluit van 18 februari 2025, waarin hem een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) werd toegekend. Eiser heeft op 27 maart 2025 bezwaar gemaakt, maar het Uwv heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiser heeft het Uwv op 15 oktober 2025 in gebreke gesteld en vervolgens op 7 november 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en heeft geoordeeld dat het Uwv alsnog binnen negen weken na de uitspraak een beslissing moet nemen. De rechtbank heeft ook bepaald dat het Uwv een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft daarnaast verzocht om schadevergoeding, maar dit verzoek is afgewezen omdat eiser niet heeft aangetoond welke schade is geleden. De rechtbank heeft het Uwv ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.