ECLI:NL:RBDHA:2025:24525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft beslist, waardoor de ingebrekestelling rechtsgeldig was en het beroep tijdig is ingediend.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar nog geen inhoudelijke beoordeling heeft verricht. Daarom legt de rechtbank een beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Het verzoek van eiseres om vaststelling van een reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt afgewezen vanwege de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving die dit uitsluit. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel en griffier R. de Mul op 18 december 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.