Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen
V.O.F. [eisers sub 1], te [vestigingsplaats],
[eisers sub 4], uit [woonplaats],
Rechtbank Den Haag
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025, met zaaknummer 23/7745, is het beroep van eisers tegen de weigering van een natuurvergunning voor de uitbreiding van hun melkrundveehouderij ongegrond verklaard. Eisers, vertegenwoordigd door hun gemachtigden, hadden een aanvraag ingediend voor een natuurvergunning voor de uitbreiding van hun veehouderij aan de [adres] in [plaats]. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag aan de hand van de beroepsgronden die eisers hebben aangevoerd. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de vergunning terecht heeft geweigerd, omdat de uitbreiding zou leiden tot een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, wat in strijd is met de Wet natuurbescherming (Wnb). De rechtbank stelt vast dat de aanvraag om een natuurvergunning is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de Wnb van toepassing blijft. De rechtbank oordeelt dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen passende beoordeling is overgelegd die aantoont dat de uitbreiding de natuurlijke kenmerken van de betrokken gebieden niet zal aantasten. De rechtbank volgt eisers niet in hun betoog dat het college in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld, en concludeert dat het college de aanvraag op de juiste wijze heeft beoordeeld. De rechtbank wijst erop dat de overheid verantwoordelijk is voor het treffen van adequate natuurherstelmaatregelen, maar dat dit de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet aantast. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de eisers op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.