Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiser?
Oordeel van de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Soedanese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 29 juli 2025. Deze maatregel is reeds eerder door de rechtbank getoetst en niet onrechtmatig bevonden, waarbij geen hoger beroep mogelijk is. Eiser verzocht de rechtbank om opheffing van de maatregel wegens vermeende onrechtmatige vrijheidsontneming en ongeschiktheid van de verblijfslocatie vanwege psychische klachten.
De rechtbank heeft op 12 december 2025 het beroep behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om opnieuw kennis te nemen van het beroep, aangezien de voortzetting van de maatregel niet afzonderlijk kan worden aangevochten en het verzoek tot opheffing aan de minister behoort. De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden.
De minister stelt dat het beroep niet-ontvankelijk is en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin verblijf in de HTL en ROV-kamer niet als vrijheidsontneming wordt beschouwd. Het hoger beroep tegen het plaatsingsbesluit in de HTL loopt nog en valt buiten deze procedure.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsbeperkende maatregel en wijst het beroep af.