ECLI:NL:RBDHA:2025:25148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag dateert van 5 juni 2024, en de minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld.
De minister voert aan dat de aanvraag volgens het FIFO-principe pas in juni 2026 in behandeling zal worden genomen en verzoekt de rechtbank het beroep pas dan in behandeling te nemen of een ruime beslistermijn op te leggen. De rechtbank oordeelt dat het FIFO-principe geen reden is om het beroep aan te houden of een langere termijn dan acht weken op te leggen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna twintig weken geldt.
De rechtbank legt een termijn op van acht weken voor het nemen van een besluit, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn van acht weken en een dwangsom op aan de minister.