Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,V-nummer: [v-nummer 2] , eiser en
[eiseres 2], V-nummer: [v-nummer 3] , eiseres 2,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, minderjarige Syrische kinderen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun meerderjarige broer in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af, met het argument dat het belang van de Nederlandse staat zwaarder woog dan het familieleven van eisers, ondanks de beschermenswaardige familieband onder artikel 8 EVRM Pro.
Eisers stelden dat de beslissing was genomen door een onbevoegde autoriteit en dat de belangenafweging onvoldoende rekening hield met hun minderjarigheid, schrijnende omstandigheden in Syrië, en het belang van het kind. De rechtbank constateerde dat het besluit was genomen door een bevoegd gemandateerde ambtenaar en dat het belang van de minderjarige eisers onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangenafweging onvoldoende had gemotiveerd en dat het besluit daarmee in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten van €1814,- aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.