ECLI:NL:RBDHA:2025:2532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat Nederland op 2 december 2024 een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan, dat op 11 december 2024 is aanvaard. Eiser betoogt dat de detentie- en leefomstandigheden in Duitsland en de kwaliteit van de asielprocedure in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, en dat hij onvoldoende rechtsbijstand en opvang zal krijgen.
De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De verwijzingen naar het AIDA-rapport en nieuwsartikelen zijn onvoldoende om het hoge bewijsniveau te halen. Ook bestaat geen grond voor het oordeel dat het Duitse rechtshulpsysteem of de opvangvoorzieningen ontoereikend zijn.
De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het kennelijk ongegrond, waardoor de minister het besluit kan handhaven en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. De procedure richt zich alleen op de verantwoordelijke lidstaat, niet op de inhoudelijke beoordeling van de asielvrees in Eritrea.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.