In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 23 december 2025, in de zaak tussen eiser en het college van burgemeester en wethouders van Westland, wordt het verzoek van eiser om handhaving tegen geluidshinder door laad- en losactiviteiten afgewezen. Eiser had eerder, op 24 maart 2018, verzocht om handhavend op te treden tegen het niet goed functioneren van de schuifdeuren van de expeditieruimte tegenover zijn woning, wat leidde tot geluidsoverlast. Het college heeft dit verzoek in een besluit van 18 maart 2021 afgewezen, en na bezwaar bleef deze afwijzing in stand. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat in een eerdere uitspraak van 1 mei 2023 gegrond werd verklaard, omdat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie. Na deze uitspraak heeft het college geluidsmetingen laten uitvoeren door de Omgevingsdienst Haaglanden, die op 14 februari en 22 april 2024 plaatsvonden. De resultaten toonden aan dat de geluidsnormen niet werden overschreden, wat leidde tot het bestreden besluit van 15 mei 2024 waarin het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft besloten geen handhavend op te treden, omdat er geen sprake is van een overtreding van de geluidsnormen of andere relevante wetgeving. Eiser krijgt geen gelijk, en het beroep wordt ongegrond verklaard.