Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2025 in de zaken tussen
en Liquin Terminal TTR B.V.(LTTTR, eiseres 2), uit Rotterdam, eiseressen
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, Liquin Terminal Chemiehaven B.V. en Liquin Terminal TTR B.V., hebben omgevingsvergunningen aangevraagd voor het veranderen van hun inrichtingen in de haven van Rotterdam. Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende deze vergunningen met voorschriften die ook potentieel zeer zorgwekkende stoffen (pZZS) en stoffen van vergelijkbare zorg uit voorzorg als zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) behandelden.
De rechtbank oordeelt dat het college niet op juiste wijze het voorzorgsbeginsel heeft toegepast en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom pZZS en stoffen van vergelijkbare zorg als ZZS moeten worden behandeld. De vereiste risico-evaluatie ontbreekt, terwijl deze volgens de Europese Commissie Mededeling noodzakelijk is. Het college heeft ook onvoldoende onderbouwd dat de voorschriften in het belang van het milieu zijn gesteld.
De rechtbank vernietigt daarom de inleidende algemene opmerkingen bij de voorschriften die pZZS en stoffen van vergelijkbare zorg betreffen (paragrafen 2.1.2 en 2.1.3). Dit heeft gevolgen voor de vergunningvoorschriften over ZZS, die nu alleen nog betrekking hebben op stoffen die voldoen aan de criteria van artikel 57 REACH Pro. De overige voorschriften blijven in stand. Tevens veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseressen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vergunningvoorschriften die pZZS en stoffen van vergelijkbare zorg uit voorzorg als ZZS behandelen wegens onjuiste toepassing van het voorzorgsbeginsel.