ECLI:NL:RBDHA:2025:26071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens ontbreken beschermenswaardig familie- of gezinsleven
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende man, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij zijn tante in Nederland. De minister wees deze aanvraag af omdat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie die het beschermenswaardig familie- of gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro zou rechtvaardigen.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat hoewel eiser en referente van 1996 tot 2014 samenwoonden, zij sinds 2014 niet meer samenwonen en er geen financiële afhankelijkheid bestaat. De medische situatie van referente, die lijdt aan de ziekte van Kahler, rechtvaardigt volgens de rechtbank geen uitzonderlijke emotionele afhankelijkheid van eiser, mede omdat de langdurige zorgrelatie niet aannemelijk is gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de emotionele banden tussen eiser en referente niet het gangbare overstijgen en dat er daarom geen sprake is van een familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De minister mocht daarom afzien van een belangenafweging. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van beschermenswaardig familie- of gezinsleven.