ECLI:NL:RBDHA:2025:26151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij vader wegens niet-vrijstelling mvv-vereiste ondanks aardbevingsslachtofferschap
Eiseres, een Turkse onderdaan geboren in 2003, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar vader in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling kon krijgen. Eiseres stelde dat zij en haar moeder slachtoffer zijn van de aardbeving in Oost-Turkije in 2023, waardoor zij niet in Turkije konden verblijven om de machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij daadwerkelijk uit het aardbevingsgebied afkomstig is en dat zij geen verblijfplaats meer had in Turkije. Ook werd meegewogen dat zij nog zes maanden na de aardbeving in Turkije verbleef. Het beroep op het Turks associatierecht werd verworpen omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van het Besluit 1/80 en het Aanvullend Protocol.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro correct was uitgevoerd en dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, aangezien eerdere vrijstellingen onder een inmiddels beëindigde coulanceregeling vielen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van vrijstelling mvv-vereiste.