ECLI:NL:RBDHA:2025:26515

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/09/685459 / FA RK 25-3733
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag en ontzegging omgang in een complexe gezagskwestie met ernstige beschuldigingen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 3 december 2025 uitspraak gedaan in een complexe gezagskwestie tussen de ouders van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024. De moeder heeft verzocht om eenhoofdig gezag en ontzegging van de omgang van de vader, die momenteel gedetineerd is op verdenking van ernstige misdrijven, waaronder poging tot doodslag en zware mishandeling van de minderjarige. De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder toegewezen, waarbij is overwogen dat de vader, gezien de ernstige beschuldigingen, niet in staat is om voor de minderjarige te zorgen en dat omgang met de vader ernstig nadeel zou opleveren voor de ontwikkeling van het kind. De rechtbank heeft ook een informatieregeling afgewezen, omdat het belang van de minderjarige en de moeder voorop staat en er momenteel een contactverbod geldt. De rechtbank heeft de beslissing genomen in het belang van de minderjarige, waarbij de veiligheid en het welzijn van het kind voorop staan. De vader heeft aangegeven dat hij zijn onschuld wil bewijzen en contact met zijn kind wil, maar de rechtbank heeft geoordeeld dat dit op dit moment niet in het belang van de minderjarige is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummers: FA RK 25-3733 (1) en FA RK 25-6968 (2)
Zaaknummers: C/09/685459 (1) en C/09/691598 (2)
Datum beschikking: 3 december 2025
Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en informatieregeling
Beschikkingop het
(1) op 19 mei 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
thans gedetineerd in de PI in [plaats] ,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam.
(2) op 16 september 2025 ingekomen verzoek van:
de vader,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de moeder,
advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.
Procedure
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/685459 / FA RK 25-3733
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift van de moeder;
  • het F9-formulier van 10 juli 2025 van de moeder, met bijlage;
  • het verweerschrift met zelfstandig verzoek van de vader, ingekomen op 11 september 2025.
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/691598 / FA RK 25-6968
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift van de vader;
  • het verweerschrift van de moeder, ingekomen op 24 oktober 2025.
Beide procedures
Op 29 oktober 2025 zijn de zaken gevoegd ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder via online videoverbinding, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige] , ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 29 oktober 2024.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 augustus 2024 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot 6 september 2024 en voor dezelfde duur een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in het ziekenhuis. De voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing zijn verlengd tot 23 november 2024.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland 19 november 2024 tot 19 november 2025.
  • Het Gerechtshof Den Haag heeft bij proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de zitting van 2 april 2025 voornoemde beschikking vernietigd voor wat betreft de duur van de ondertoezichtstelling en heeft in zoverre, voor zover hier van belang, alsnog het inleidend verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] afgewezen, voor zover dit betrekking heeft op de periode met ingang vanaf 2 april 2025.
  • [de minderjarige] verblijft bij de moeder.
Verzoek en verweer
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/685459 / FA RK 25-3733
De moeder verzoekt:
  • te bepalen dat de vader wordt ontzegd omgang te hebben met [de minderjarige] ;
  • te bepalen dat de moeder voortaan zelfstandig het gezag zal dragen over [de minderjarige] ;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken en verzoekt zelfstandig:
  • een zorg- c.q. omgangsregeling vast te stellen, waarbij de vader en [de minderjarige] gedurende één uur per maand begeleide omgang hebben in de PI ( [plaats] );
  • een informatieregeling vast te stellen, waarbij de moeder de vader met ingang van heden eenmaal per maand, op de eerste dag van de maand, per gewone post informeert over gewichtige aangelegenheden omtrent de persoon en het vermogen van [de minderjarige] , zoals bijvoorbeeld medische zaken en waarbij de moeder haar informatieve brief voorziet van een recente (spontane) kleurenfoto van [de minderjarige] ;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/691598 / FA RK 25-6968
De vader verzoekt een informatieregeling vast te stellen, waarbij de moeder de vader eenmaal per maand, op de eerste dag van de maand, per gewone post informeert over gewichtige aangelegenheden omtrent de persoon en het vermogen van [de minderjarige] , zoals bijvoorbeeld medische zaken, waarbij de moeder haar brief voorziet van een recente kleurenfoto van [de minderjarige] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken
Beoordeling

Procedure met zaak- en rekestnummer C/09/685459 / FA RK 25-3733

Voorgeschiedenis
De vader zit momenteel in voorlopige hechtenis op verdenking van poging tot doodslag en zware mishandelingen van [de minderjarige] door het toebrengen van ernstig letsel toen zij nog geen week oud was (
shaken baby syndroom), en van mishandeling en verkrachting van de moeder. [de minderjarige] heeft ernstig lichamelijk letsel opgelopen, bestaande uit bloedingen achter de ogen en in de hersenen, twee blauwe plekken aan de rechterzijde van haar lichaam en een schedelfractuur. De moeder heeft daarom onderhavige procedure gestart en verzoeken tot eenhoofdig gezag en ontzegging van de omgang ingediend. De vader stelt dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit richting de moeder en/of [de minderjarige] en wil informatie over [de minderjarige] ontvangen en het liefst een begeleide omgangsregeling met [de minderjarige] . De strafzaak loopt nog.
Gezag
Op grond van het eerste lid van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in het eerste lid van artikel 1:252 BW beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt. Het eerste en derde lid van artikel 1:251a worden van overeenkomstige toepassing verklaard. Op grond hiervan kan de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De moeder heeft aangegeven dat er sprake is van een contactverbod tussen de vader en de moeder. De gebeurtenis toen [de minderjarige] nog geen week oud was, is voor de moeder zeer traumatisch geweest. Aan het begin van de opname van [de minderjarige] heeft de vader zich agressief uitgelaten naar het ziekenhuispersoneel. De vader heeft in deze situatie geen blijk gegeven van medeleven of actieve betrokkenheid bij het welzijn van [de minderjarige] . Nu zit de vader gedetineerd. Het is voor de moeder niet mogelijk om ongehinderd zaken voor [de minderjarige] te regelen. Er is geen zicht op de strafzaak en het vermoeden bestaat dat als hij wordt veroordeeld, hij de komende jaren gedetineerd zal blijven. De kwestie is zorgwekkend en emotioneel beladen. Een wijziging in de gezagssituatie is een noodzaak.
De vader stelt dat het feit dat hij nu gedetineerd zit niet betekent dat de moeder niet (al dan niet door tussenkomst van advocaten of de casemanager van de vader in de PI) kan overleggen met de vader. De vader vreest dat hij door eenhoofdig gezag van de moeder verder verwijderd raakt van [de minderjarige] . De vader wil deel uitmaken van het leven van [de minderjarige] .
De rechtbank overweegt als volgt.
Hoewel gezamenlijk gezag het uitgangspunt is van de wet(gever), is de rechtbank van oordeel dat in dit geval een wijziging van het gezag in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. In de gegeven situatie, waarin de vader gedetineerd zit op verdenking van voornoemde ernstige misdrijven richting [de minderjarige] en de moeder, kan van de moeder niet worden gevergd dat zij voor gezagsbeslissingen contact zoekt met de vader. Anders dan de vader lijkt te veronderstellen, gaat het hierbij niet zozeer om het feit dát de vader gedetineerd zit, maar om de zeer ernstige en verontrustende verdenkingen die aan deze detentie ten grondslag liggen. Het is in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de moeder geen contact met de vader hoeft te zoeken, als er een gezagsbelissing moet worden genomen. De rechtbank sluit met haar beslissing ten aanzien van het gezag ook aan bij het advies van de Raad op de zitting, zodat de moeder in rust beslissingen kan nemen over [de minderjarige] . De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom toewijzen.
Ontzeggen / vaststellen omgang
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377a BW heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Op grond van het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang. Op grond van het derde lid van dit artikel ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
De moeder heeft aangegeven dat contact tussen de vader en [de minderjarige] feitelijk niet mogelijk is vanwege het contactverbod. De vader is niet in staat om voor [de minderjarige] te zorgen. Omgang levert ernstig nadeel op voor de ontwikkeling van [de minderjarige] .
De vader heeft aangegeven dat zijn diepgewortelde wens is om met [de minderjarige] , net als hij met zijn andere kinderen heeft, een begeleide omgangsregeling in detentie te hebben. Hij mist [de minderjarige] en wil haar heel graag zien. De vader benadrukt dat hij nog nergens voor is veroordeeld.
De rechtbank overweegt als volgt.
Hoewel de rechtbank de wens van de vader begrijpt om [de minderjarige] te zien, acht de rechtbank in deze complexe situatie, waarin de vader gedetineerd zit op verdenking van poging tot doodslag en zware mishandeling van [de minderjarige] , het niet in het belang van [de minderjarige] om een omgangsregeling met de vader te hebben. Er loopt momenteel een contactverbod tussen de vader en de moeder en [de minderjarige] . Gelet op de aard en de ernst van de verdenkingen tegen de vader zou omgang met de vader ernstig nadeel kunnen opleveren voor de geestelijke ontwikkeling van [de minderjarige] . De rechtbank acht een omgangsregeling op dit moment ook anderszins in strijd met het zwaarwegende belang van [de minderjarige] om in rust te herstellen en niet te worden blootgesteld aan contact met de vader. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en het verzoek van de vader afwijzen.
Informatieregeling
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van een ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan de rechter, indien het belang van het kind zulks vereist, zowel op verzoek van de met het gezag belaste ouder als ambtshalve bepalen dat het eerste lid van dit artikel buiten toepassing blijft.
De vader verzoekt een informatieregeling vast te stellen. Hij hoort van de moeder niets over [de minderjarige] en weet niet hoe het met haar gaat. Dit creëert bij de vader diepe wonden. Een informatieregeling is volgens hem niet in strijd met het belang van [de minderjarige] . De mensen met wie de vader vastzit en die ernstige misdrijven hebben gepleegd, hebben ook contact met hun kinderen en hun cellen hangen vol met foto’s. Dat wil de vader ook.
Volgens de moeder is het niet in het belang van [de minderjarige] om een informatieregeling vast te stellen. Er moet rekening mee worden gehouden dat, gezien de misdrijven waarvoor de vader in voorlopige hechtenis zit, [de minderjarige] op latere leeftijd niet wil dat haar vader informatie over haar heeft gehad. Verder is er sprake van een contactverbod. Ook moeten de moeder en [de minderjarige] de rust en ruimte krijgen om de traumatische gebeurtenissen te verwerken. De moeder is slachtoffer geweest van huiselijk geweld van de vader richting haar. De moeder brengt twee uitspraken van vergelijkbare zaken naar voren van het gerechtshof Arnhem Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:771 en ECLI:NL:GHARL:2021:11968). In deze zaken was ook sprake van huiselijk geweld en is daarbij het verzoek om een informatieregeling afgewezen. In de laatste zaak gaat het om voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en wordt aandacht besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen. In een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:GHAMS:2025:1250) werd het verzoek tot een informatieregeling afgewezen, mede omdat het verstrekken van informatie de onrust en het trauma voor de moeder en het kind zouden vergroten. In deze zaak is de veiligheid van [de minderjarige] en de moeder in het geding. Deze situatie leent zich echt niet voor een informatieregeling waarbij de vader op de hoogte wordt gehouden van het welzijn van [de minderjarige] .
Naar het oordeel van de rechtbank vereist het belang van [de minderjarige] dat het eerste lid van artikel 1:377b BW buiten toepassing blijft. Nog daargelaten dat er nog steeds een (strafrechtelijk) contactverbod geldt, hebben de moeder en [de minderjarige] nu rust nodig om alle gebeurtenissen te kunnen verwerken. Met het oog op de veiligheid van de moeder en [de minderjarige] moet iedere dreiging worden voorkomen. Dat betekent dat ook iedere informatieverstrekking van de moeder naar de vader, op welke wijze dan ook, nu achterwege moet blijven. Dat kan in de toekomst mogelijk anders zijn, maar dat is op dit moment de situatie. De vader is gedetineerd wegens verdenking van ernstige misdrijven richting de moeder en [de minderjarige] . Er is inderdaad zoals de vader stelt nog geen sprake van een veroordeling, maar gelet op de ernst van de verdenkingen van poging tot doodslag, zware mishandeling van [de minderjarige] , mishandeling en verkrachting van de moeder, acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat er geen informatie over haar met de vader wordt gedeeld en geen informatieregeling wordt vastgesteld. De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit punt daarom afwijzen.

Procedure met zaak- en rekestnummer C/09/691598 / FA RK 25-6968

Nu op het zelfstandige verzoek van de vader tot vaststelling van een informatieregeling in voornoemde zaak wordt beslist, zal het verzoek van de vader in deze procedure worden afgewezen bij gebrek aan belang.
Beslissing
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/685459 / FA RK 25-3733
De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het ouderlijk gezag toekomt over de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] ;
*
ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige [de minderjarige] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/691598 / FA RK 25-6968
De rechtbank:
wijst het verzoek van de vader af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 december 2025.