ECLI:NL:RBDHA:2025:27186

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
NL25.40465
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang

Eiser diende op 25 april 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 20 augustus 2025 af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.

De rechtbank behandelde het beroep op 27 november 2025, waarbij de gemachtigde van eiser afwezig was en eiser zelf niet aanwezig was. De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij het beroep, mede gelet op informatie van de Vreemdelingenpolitie dat eiser met onbekende bestemming Nederland had verlaten en geen contact meer had met zijn gemachtigde.

De rechtbank concludeerde dat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep omdat hij zich niet langer bij de minister meldt en geen bescherming meer zoekt in Nederland. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.40465
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E. Sahin),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 25 april 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 augustus 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiser was niet aanwezig.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1. De rechtbank ziet zich (ambtshalve) voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Uit de bijlage bij de brief van de minister van 25 november 2025 blijkt dat eiser volgens informatie van de Vreemdelingenpolitie met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De Vreemdelingenpolitie heeft op 25 november 2025 gemeld dat eiser
zelfstandig de woonruimte heeft verlaten. De gemachtigde van eiser heeft op 26 november 2025 laten weten dat eiser niet meer reageert op zijn e-mails. De rechtbank leidt daaruit af dat eiser en zijn gemachtigde geen contact meer hebben. Tijdens de zitting is gebleken dat eiser zich niet meer bij de minister heeft gemeld. Daaruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft eiser geen belang bij een beoordeling van het beroep.1

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025 door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
1. Vergelijk de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662 en 25 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4063.
02 december 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: