Eiseres, een Venezolaanse vrouw, verzocht op 13 juli 2023 om een verblijfsvergunning asiel vanwege intimidatie, bedreiging en onrechtmatige inname van haar winkel door lokale autoriteiten in Venezuela. Zij vreesde voor haar leven bij terugkeer, met name door betrokkenheid van corrupte ambtenaren en de inlichtingendienst Sebin.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 1 augustus 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat het asielrelaas onvoldoende onderbouwd was met objectieve documenten en de verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren. Ook werd het niet tijdig indienen van de aanvraag door eiseres als een zwaarwegend bezwaar gezien.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van het asielmotief betwistte, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in het relaas, het ontbreken van verifieerbare bewijsstukken, en het feit dat eiseres na bedreigingen nog enige tijd in Venezuela verbleef. Daarnaast was het niet tijdig indienen van de aanvraag onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag.