Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties;
Rechtbank Den Haag
Werkneemster, sinds 2009 in dienst bij de werkgever als Senior Inspecteur, werd geconfronteerd met een verbetertraject vanwege vermeend disfunctioneren, gericht op competenties zoals oordeelsvorming en samenwerking. Na diverse gesprekken en een verbeterplan in 2024, stelde werkgever dat werkneemster onvoldoende verbetering toonde en wijzigde haar takenpakket.
Werkneemster vorderde in kort geding dat zij weer haar gebruikelijke werkzaamheden mocht verrichten, stellende dat het verbetertraject onterecht en ondeugdelijk was en dat de wijziging van haar takenpakket onrechtmatig was. Werkgever verweerde zich met het standpunt dat werkneemster onvoldoende functioneerde en dat het toewijzen van projecten onder zijn instructierecht viel.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende concreet en aannemelijk was gemaakt dat werkneemster daadwerkelijk disfunctioneerde op een wijze die wijziging van haar takenpakket rechtvaardigde. Het verbetertraject ontbrak aan een duidelijke afronding en evaluatie. De wijziging van het takenpakket was gekoppeld aan het disfunctioneren en daarmee niet geoorloofd. De vordering van werkneemster werd toegewezen, met een dwangsom voor niet-naleving vanaf het moment dat zij hersteld is gemeld.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld om werkneemster toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden zodra zij hersteld is gemeld.